Verbindingen
& Alarmering
Alarmering
In het korps Geldrop-Mierlo wordt voor de uitrukdienst gebruik
gemaakt van vrijwilligers. Zij dragen een alarmontvanger bij zich en
begeven zich bij een alarmmelding zo snel mogelijk naar de kazerne.
Van daaruit rukt men uit. De dienstdoende Officier van Dienst heeft
een eigen voertuig ter beschikking en rukt direct uit naar de plaats
incident.
Uitrukprocedure
Deze procedure geeft globaal aan welke voertuigen er uit rukken bij
een melding, en de taken van de leden bij een uitruk. Een uitruk is
aan eisen gebonden. Geldrop-Mierlo kent een aantal gebouwgroepen met
aan elke gebouwgroep een risicobeoordeling conform de handleiding
brandweerzorg. Uitgangspunt hierin is dat het eerste uitrukvoertuig
zo snel mogelijk ter plaatse behoort te zijn. (binnen circa 6
minuten), het tweede voertuig zo spoedig mogelijk daarna (binnen
circa 8 minuten). Deze tijden geven aan hoeveel minuten er tussen
brandmelding en aankomst ter plaatse mogen zitten.
Met ingang van 1 juli 2002 wordt de brancherichtlijn optische en
geluidssignalen brandweer toegepast bij incidenten. Deze richtlijn
geeft middels prioritering aan of met spoed, gepaste spoed of zonder
spoed ter plaatse gegaan kan worden. Verderop meer over deze
richtlijnen.
Alarmering Post Geldrop
In Geldrop werkt men met een ploegalarmeringsstelsel. Er wordt
gekeken hoeveel voertuigen met de bijbehorende manschappen
noodzakelijk zijn om een klus te klaren. Er wordt daarom per ploeg
gealarmeerd. Navolgend schema geeft aan hoe de alarmering er
uitziet. Deze vorm van alarmering zorgt voor een efficientere inzet
van personeel.
|
tijd |
1 TS (+HV/AL) |
2 TS (+HV/AL) |
HV/AL |
geen spoed |
|
07.00-18.00 |
korps
totaal |
korps
totaal |
ploeg van
dienst |
ploeg
van dienst |
|
18.00-07.00 |
2 van 4
ploegen |
korps
totaal |
ploeg van
dienst |
ploeg
van dienst |
Alarmering
Post Mierlo.
Voor spoedeisende inzetten wordt ten allen tijde het gehele korps
gealarmeerd. Bij niet spoedeisende inzetten wordt van 06.00 uur tot
18.00 uur de dagploeg gealarmeerd en van 18.00 uur tot 06.00 uur de
nachtploeg.
Alarmering OvD
Bij incidenten van meer dan normale omvang of bijzondere incidenten
(zoals gevaarlijke stoffen, beknelling e.d.) is het noodzakelijk dat
er een brandweerofficier aanwezig is. Hij kan de ter plaatse zijnde
eenheden op diverse aandachtsgebieden aansturen en ondersteunen. Om
deze officier altijd paraat te hebben dient hij volgens een piket
oproepbaar te zijn. De OvD is 24 uur per dag per alarmontvanger
bereikbaar. De uitruktijd van de OvD bedraagt maximaal 2 minuten. De
opkomsttijd is maximaal 15 minuten.
Wanneer wordt de OvD repressief ingezet:
1) bij middelbrand
2) bij ongeval met beknelling in de gemeente Geldrop-Mierlo
3) bij inzetten volgens de regionale procedures (o.a. COBA,
Treinincidenten (CORI), Bosbrandbestrijding)
4) op verzoek van de 1e bevelvoerder
5) bij een ongeval met gevaarlijke stoffen
6) bij alarmering van de OvD door de RAC
Uitrukkende eenheden na alarmering
Bij een uitruk wordt uitegerukt volgens het inzetvoorstel van de
alarmcentrale. De gealarmeerde personen kunnen op hun alarmontvanger
zien welke voertuigen er dienen uit te rukken.
Post Geldrop
aard van de melding inzetvoorstel
woningbrand/ automatisch alarm 734, 754, 735
autobrand 734, 774 (op verzoek)
bosbrand/ruigtebrand 735, 734
auto-ongeval/ hulpverlening 734, 774
niet spoedeisend 735
Post Mierlo
aard van de melding inzetvoorstel
woningbrand/ automatisch alarm 724, 737
autobrand 724
bosbrand/ruigtebrand 737, 724
auto-ongeval/ hulpverlening 724
niet spoedeisend 737
Bijzondere uitrukprocedures
Bijzondere objecten
Bijzondere uitrukprocedures gelden er in Geldrop-Mierlo voor het
Sint-Annaziekenhuis, congrescentrum De Brug, NH-hotel Geldrop en
verzorgingstehuizen De Akert, Josephinehof, Berkenheuvel, Huize
Betanie en recreatiepark Het Wolfsven.
Bosbrandbestrijding
Ook bij bosbrandbestrijding geldt een bijzondere uitrukprocedure.
Bij een bosbrand rukken korpsen van verschillende richtingen uit
naar de brand. Om de bosbrandbestrijding te coordineren bepaalt de
OvD waar welke voertuigen de brand bestrijden.
Autosnelweg (COBA)
Er is ook een uitrukprocedure voor autosnelwegen: COBA. (
Coordinatieplan OngevalsBestrijding Autosnelwegen) In principe komt
het er op neer dat er te allen tijde 2-zijdig aangereden wordt en er
dus nooit tegen het verkeer in wordt uitgerukt. Voor het baanvak
tussen Geldrop en Someren (incl. De fly-over) betekent dit dat de
post Geldrop en het Korps Asten gealarmeerd worden. Voor het baanvak
tussen Geldrop en Eindhoven (incl. Knooppunt Leenderheide) worden de
post Geldrop en het korps Eindhoven gealarmeerd. De inzet is
afgestemd op de omvang van het incident. Ook de politie, GGD en
rijkswaterstaat participeren in het COBA. Het schema geeft de
verschillende inzetten weer. In het schema wordt aangeduid wat de
codes betekenen. Het tweede schema geeft aan welk voertuig, wanneer
uitrukt.
| |
klein incident |
middel incident |
groot incident |
|
brand |
-bermbrand
-pers. auto |
-vrachtauto
-enkele pers. auto's (tot 4 stuks) |
-meerdere
(meer dan 4) pers. auto's of vrachtauto's
-autobus |
inzetvoorstel:
734 |
inzetvoorstel:
734, wanneer het (vracht)-auto's betreft ook 774.
SPB-voertuig en OvD komen ter plaatse |
inzetvoorstel:
734, 735 en 774. SPB-voertuig, OvD en RCVD komen ter plaatse |
|
hulpverlening |
-kleine
aanrijding
-lekkende brandstoftank
|
-een of
meer beknelde personen in personen- en/of vrachtauto's (max.
4 stuks) |
-meerdere
(meer dan 4) pers. auto's of vrachtauto's
-autobus |
inzetvoorstel:
734 + 774
Er wordt niet van twee zijden aangereden! |
inzetvoorstel:
734 + 774
Wel van twee zijden aangereden, een OvD komt ter plaatse |
inzetvoorstel:
734, 735 en 774. OvD en RCVD komen ter plaatse |
|
Ongeval gevaarlijke stoffen |
|
-vrachtauto
met lekkende vaten
-tankauto |
-vrachtauto's met lekkende vaten
-tankauto's |
inzetvoorstel:
734 + 774, OvD en AGS komen ter plaatse. |
inzetvoorstel:
734, 735 en 774, OvD, AGS en RCVD en aanvullende
voertuigen komen ter plaatse. |
Brancherichtlijn optische en geluidssignalen
Sinds 1 juli 2002 is de brancherichtlijn optische en geluidssignalen
brandweer van kracht. Deze brancherichtlijn is opgesteld om de
werkgevers en het personeel van de brandweerkorpsen een handreiking
te bieden bij het op verantwoorde wijze toepassen van de regelgeving
inzake vooral het gebruik van de optische- en geluidssignalen en de
opleiding daarvoor. De inhoud van de brancherichtlijn is niet
verplichtend echter in voorkomende gevallen zal het Openbaar
Ministerie bij een (strafrechtelijk) onderzoek de in de
brancherichtlijn neergelegde uitgangspunten meewegen. De bestuurder
van een brandweervoertuig blijft steeds strafrechtelijk
verantwoordelijk. De brancherichtlijn wordt ook toegepast door
brandweer Geldrop-Mierlo. Uitrukken worden verdeeld in 3
prioriteiten met daarbij behorende beslissingsbevoegdheid. De
centralist van de alarmcentrale stelt als eerste de prioriteit van
de eerste uitrukkende voertuigen vast. De hoogst leidinggevende
(bevelvoerder, officier van dienst) is bevoegd om deze prioriteit
bij te stellen. Deze bijstelling dient altijd gemeld te worden aan
de alarmcentrale.
Zoals eerder genoemd onderscheiden we 3 prioriteiten:
|
prioriteit |
positie van het voertuig in het verkeer |
|
prio 1 |
dringende
taak voertuig is een voorrangsvoertuig en mag optische en
geluidssignalen voeren.
|
|
prio 2 |
noodzaak om
ter plaatse te komen voertuig is geen voorrangsvoertuig en
mag dus geen signalen voeren. Wel mag gebruik gemaakt worden
van vrijstellingen zoals deze bij de wet geregeld zijn.
|
|
prio 3 |
alle
overige uitrukken voertuig is geen voorrangsvoertuig en mag
dus geen signalen voeren en geen gebruik maken van een
vrijstelling. Het voertuig dient zich aan alle
verkeersregels te houden die ook voor het overige verkeer
gelden. |
|
Voor
prioriteit 1 gelden een aantal bevoegde ontheffingen:
1) Het rijden door rood licht met een maximale snelheid van
20 km per uur en geen gevaar opleverend voor het overige
verkeer. Bij bruggen en spoorwegovergangen mag niet door
rood licht worden gereden.
2) Het overschrijden van de maximumsnelheid met een maximum
van 20 km per uur boven de ter plaatse geldende
maximumsnelheid. Op een vluchtstrook is de maximumsnelheid
80 km per uur indien het overige verkeer gewoon rijdt.
Wanneer de snelheid van het overige verkeer lager is dan 30
km per uur dan is de maximumsnelheid op de vluchtstrook 50
km per uur.
3) Tegen het verkeer inrijden is toegestaan indien dit
gebeurt in overleg met de politie. Bij eenrichtingsverkeer
(geen snelweg of autoweg) is dit toegestaan mits dit geen
gevaar oplevert voor het overige verkeer. Probeer deze
ontheffing zo min mogelijk toe te passen daar het
risicoverhogend is. Bovengenoemde extra ontheffingen zijn
alleen van toepassing bij prioriteit 1 en niet bij de
overige uitrukken. |
Wanneer besloten
wordt om signalen te voeren dan gebeurt dit de gehele rit. Wanneer
mocht blijken dat tijdens de rit de signalen uitgezet kunnen worden,
prioriteitsverlaging, doe dit dan dusdanig dat het overige verkeer
hier geen gevaar van ondervindt (schrikreactie overig verkeer). Dit
geldt zeker ook voor het moment waarbij de signalen ingeschakeld
worden.
Vanaf 1 juli 2007 dienen de chauffeurs van voorrangsvoertuigen bij
de brandweer te beschikken over een certificaat brandweerchauffeur.
Deze verplichting geldt niet voor voertuigen die zonder signalen
rijden.
Verbindingen
Goede verbindingen zijn een belangrijke schakel om te komen tot een
goed georganiseerde hulpverlening. Om eenheid in het
verbindingsnetwerk te houden hanteren alle gemeenten in onze regio
hetzelfde verbindingssysteem. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat
besloten wordt om in geval van een bepaalde calamiteit af te wijken
van dit systeem. Wanneer de brand of hulpverlening groter wordt of
escaleert, bepaalt de OvD steeds overeenkomstig dit schema welke
code de eenheid krijgt.
De bevelvoerder van iedere eenheid meldt zicht derhalve eerst bij de
OvD om te vragen naar hun portofooncode. Voertuigen die 'tegelijk'
met de eerste TS uitrukken krijgen direct een portofooncode conform
navolgend schema.
Bijvoorbeeld woningbrand: 1TS + 1AL (TS=110, AL=115)
Het is gebruikelijk dat de aanvalsploeg (1+2) en de waterploeg (3+4)
een portofoon meenemen. Een HV en een AL hebben ieder twee
portofoons waarvan er slechts een gebruikt wordt in het
verbindingssysteem.
Roepnummers
Om orde te scheppen in het arsenaal aan brandweervoertuigen dat
Nederland rijk is heeft ieder voertuig in Nederland een uniek nummer
gekregen.
5TVO-systeem
De roepnummers van de brandweervoertuigen in de regio
Zuidoost-Brabant zijn afgeleid van het 5-TVO-systeem. Ondanks dat
dit communicatiesysteem niet meer in gebruik is sinds de komst van
C2000 vormt het nog steeds de basis van de huidige roepnummers. De
roepnummers bestaan uit vijf cijfers. Vroeger werd ieder bericht
tussen eenheden vooraf gegaan door een vijftoon. Ieder cijfer had
zijn eigen toon. Vandaar de naam vijftoonvolgorde-systeem, kortweg
5TVO-systeem. Een goede luisteraar kon aan de hand van deze vijftoon
het voertuig herkennen.
Ondanks organisatorische wijzigingen in de regio en de komst van
C2000 heeft men er voor gekozen de voertuignummers niet te wijzigen.
Met de komst van de veiligheidsregio Zuidoost-Brabant zijn de
voormalige brandweerkringen verdwenen en opgegaan in drie nieuwe
sectoren, te weten sector West, Midden en Oost. De relatie van het
roepnummer met de kring is hierdoor verloren gegaan.
|
roepnummer |
verklaring |
|
XX-XXX |
Het
regionummer
Het regionummer beslaat de eerste twee cijfers uit de
vijfcijferige combinatie. Voor deze regio, Zuid-Oost
Noord-Brabant, is dat 81. Binnen de regio wordt dit
regionummer in de roepnummers meestal weggelaten omdat de
laatste drie cijfers al een unieke combinatie op zich zijn
binnen de regio. Bij interregionaal optreden gaat het
regionummer natuurlijk wel een rol spelen. |
|
XX-XXX |
Het kring-
of sectornummer
Het derde cijfer in de combinatie geeft de kring aan.
Vroeger was de regio is onder verdeeld in vier kringen, te
weten Kring de Kempen (5), Kring Noord (6), Kring Zuid (7)
en Kring Peelland (8). Zij hebben dus elk hun eigen nummer.
De getallen 0 t/m 2 staan voor de sirenes ('luchtalarm') 3
t/m 4 voor de alarmontvangers die het personeel bij zich
draagt, 5 t/m 8 zoals uit het voorgaande blijkt voor de
voertuigen en het cijfer 9 wordt gebruikt voor bijzondere
toepassingen.
Tegenwoordig is de regio opgedeeld in de sectoren West,
Midden en Oost en is de relatie van het roepnummer met de
kring komen te vervallen. |
|
XX-XXX |
Het type
voertuig
Het vierde cijfer geeft aan met wat voor soort voertuig we
te maken hebben.
1 Autospuiten
2 Tankautospuiten (tweewielaangedreven)
3 Tankautospuiten (vierwielaangedreven)
4 Tankautospuiten (vierwielaangedreven)
5 Redvoertuigen
6 Bijzonder blusmaterieel
7 Hulpverleningsvoertuigen
8 Overige materieel
9 Staf- en commandovoertuigen |
|
XX-XXX |
Kazerneaanduiding
Dit nummer duidt de kazerne aan waar het voertuig gestald
is. Geldrop draagt voor alle eerstelijnsvoertuigen het
cijfer 4. Zie de 734, 754, 774 etc. Tevens beschikt men in
Geldrop over het cijfer 5 voor de tweedelijnsvoertuigen, zie
735. |
|
81-734 |
Voorbeeld
Uiteindelijk ontstaat een code van vijf cijfers, dat uniek
is voor een voertuig in Nederland, zoals de 81-734. Meestal
worden binnen de regio dus de laatste drie cijfers gebruikt
om een voertuig aan te duiden en komt het regionummer niet
voor en spreekt men in voorgaand geval van de 734. Het
regionummer is echter veelal wel opgenomen in het roepnummer
op de voertuigen, maar dat is een gevolg van de nieuwe
richtlijnen inzake de striping van brandweervoertuigen. |
Brandweer Geldrop-Mierlo - Behulpzaam, deskundig en daadkrachtig.
|
Snel naar:
|